| |
|
...read
the wave™
Guest
Writer - Gastautor - Gast Schrijver
www.nanoTsunami.com |
prof.
dr. ir. R.E.H.M. Smits
Department
of Innovation Studies
Utrecht University
|
Reactie
op “Voorstellen
Sleutelgebieden-aanpak”
van het Innovatieplatform
Innovatieplatform
laat kennis en ervaringen links liggen
|
Na
lang wachten is het met hoge verwachtingen gestarte Innovatieplatform
met een substantieel rapport naar buiten gekomen. Het heet
“Voorstellen Sleutelgebieden-aanpak”en behelst een 50-tal
voorstellen voor actie op een viertal kerngebieden: flowers
& food, high-tech systemen en materialen, water en creatieve
industrie. Na lezing kan ik niet anders constateren dan
dat hier sprake is van een gemiste kans. Er is nogal wat
aan te merken op dit rapport. Belangrijkste misser is de
constatering dat nergens uit het rapport blijkt dat het
platform gebruik heeft gemaakt van de lessen en ervaringen
die innovatiebeleid en innovatiewetenschap de laatste 25
jaar hebben opgedaan.
Het platform heeft gekozen voor een bottom up aanpak en
voor nurtering winners (stimuleren van dat wat al goed gaat)
en – terecht – niet voor ‘picking winners’(door de overheid
aanwijzen van kansrijke gebieden aanwijzen). Tot zover geen
probleem. Echter, de vraag is dan vervolgens wel hoe die
gebieden geïdentificeerd kunnen worden, hoe de voorgestelde
acties geëvalueerd worden en wat die acties (en dus
het beleid van het platform) bijdraagt aan het vele dat
er al is. Het is niet de eerste keer dat een dergelijk project
wordt ondernemen. Sleutelgebieden, speerpunten, key-areas,
en hoe ze ook verder mogen heten, zijn heel erg populair
bij beleidsmakers. In binnen- en buitenland is hiermee de
afgelopen jaren veel geëxperimenteerd. In het Verenigd
Koninkrijk bijvoorbeeld loopt al sinds het begin van de
jaren 90 het UK-Foresight programma. Hierin wordt door industrie,
beleid en wetenschap intensief gediscussieerd over de strategie
van verschillende sectoren en de kennis die ze nodig hebben
om die te realiseren. Dit gebeurt in panels van industrielen,
beleidsmakers en wetenschappers. Zij debatteren, laten onderzoek
uitvoeren en trekken het land in. Het was een proces met
vallen en opstaan maar iedereen is het er over eens dat
het (mede-) richtinggevend is voor onderzoeksinvesteringen
binnen universiteiten en bedrijven in sectoren als transport,
chemie en voeding, dat het de relatie tussen universiteiten
en bedrijven heeft versterkt en heeft bijgedragen aan het
ontwikkelen van innovatieve strategieën en visies en
daaruit voortvloeiende producten en diensten. Het platform
denkt met een eenmalige actie (een soort prijsvraag voor
nieuwe ideeën) sleutelgebieden te kunnen identificeren
en voorgestelde acties op hun waarde te kunnen beoordelen.
Daarbij lijkt het platform er van uit te gaan dat als zij
een gebied als sleutelgebied aanwijzen dit ook een sleutelgebied
wordt. Helaas maakt UK-Foresight, en alle andere pogingen,
duidelijk dat de wereld zo simpel niet in elkaar zit.
Ook anderszins kan er veel geleerd worden van de lessen
uit het verleden. Het innovatiebeleid kwam begin jaren 80
prominent op de politieke agenda en mede daardoor kwam het
innovatieonderzoek in een stroomversnelling. Dit was een
direct gevolg van de recessie en het RSV-debacle. Dat laatste
had wel heel erg duidelijk gemaakt dat het overeind houden
van oude sectoren voor een land als het onze met hoge loonkosten
wel een heel erg domme manier is om uit een recessie te
komen en dat innovatie de enige manier is om op internationale
markten te overleven (het aandeel van kennisintensieve producten
in de internationale handel is de laatste 15 jaar vertienvoudigd!).
Onderzoek naar innovatiesystemen en het werk van Michael
Porter waren de basis voor het clusterbeleid van het ministerie
van Economische zaken. Ook in andere ministeries zoals LNV,
OCW en VROM worden de resultaten van dit onderzoek en deze
ervaringen gebruikt. Deze ministeries worden nu via het
platform geconfronteerd met een reeks onvoldragen ideeen.
Ook over de grote aandacht die uit het rapport spreekt voor
het versterken van de relatie van industrie en wetenschap
heeft het onderzoek van de laatste decennia het een en ander
duidelijk gemaakt.
Op zich is de constatering dat hier een probleem ligt terecht,
maar een en ander zit wel genuanceerd in elkaar. Zo zal
het grootste deel van ons MKB (99% van de bedrijven, meer
dan 70% van de werkgelegenheid) nooit direct met de wetenschap
in aanmerking komen. Daarvoor hebben zij andere – intermediaire
– organisaties in het innovatiesysteem nodig. Verder is
de samenwerking tussen bedrijven die wel met de universiteiten
en TNO’s van deze wereld kunnen praten de laatste jaren
sterk gestegen (zie bijvoorbeeld het Wetenschapsbudget 2004).
Op sommige terreinen zoals de farmacie kan men zich zelfs
afvragen of die samenwerking niet te ver is doorgeschoten.
Toen ik aan de Technische Universiteit studeerde in het
begin van de jaren zeventig werd iedere hoogleraar die ook
maar iets met het bedrijfsleven te maken had door de studenten
(en een deel van de staf) aan de schandpaal genageld. Dat
geldt ook voor het toegepaste onderzoek. Om nog even bij
mijn eigen herinneringen te blijven, toen ik begin jaren
80 bij TNO ging werken bedroeg het subsidiepercentage ongeveer
70 %. Nu is dat terug gebracht tot minder dan 30 % en wordt
de rest uit de markt gehaald. Kortom, de vraag is niet zozeer
of het bedrijfsleven meer met de wetenschap moet samenwerken,
maar veeleer waar en hoe.
Een volgend punt betreft het stoppen van oude activiteiten.
De bekende innovatie econoom Schumpeter noemde dit creatieve
destructie. Dat is heel erg moeilijk en daarom gebeurt het
ook vrijwel nooit. Het is nu eenmaal makkelijker iets nieuws
op te zetten (Neue Kombinationen noemde diezelfde Schumpeter
dat). Dan is immers iedereen tevreden. Het had het platform
gesierd als ze wel de durf hadden getoond een stukje creatieve
destructie voor te stellen. In het rapport is echter niets
van dien aard te vinden.
Kortom, de eerste grote actie van het platform stemt somber.
De vraag dringt zich op wat het platform toevoegt aan dat
wat er al is. Dit terwijl het platform een unieke mogelijkheid
heeft om innoveren in Nederland een nieuwe impuls te geven.
Daarvoor is het wel nodig dat het platform gebruik maakt
van de kennis en ervaringen die in het verleden zijn opgedaan
en zich realiseert dat de makkelijke oplossingen al lang
uitgeprobeerd zijn. Innovatiebeleid is een beleid van lange
adem.
Na al deze kritiek wil ik afsluiten met een aantal suggesties.
Het opzetten van UK-Foresight-achtige trajecten op een aantal
veelbelovende terreinen zoals de door het platform genoemde
culurele industrie en terreinen die geconfronteerd worden
met uitdagende nieuwe wetenschappelijke ontwikkelingen zoals
de gezondheidszorg en voeding.
Het stimuleren van opleidingen die mensen afleveren die
verstand hebben van wetenschap en techniek én economie,
samenleving en innovatieprocessen (minstens even belangrijk
als het opleiden van meer technici!). In Utrecht leiden
wij deze mensen op in onze opleiding Natuurwetenschap en
Innovatiemanagement. Uit onze ervaring blijkt dat binnen
de bedrijven en binnen de overheid veel vraag is naar deze
mensen die een intermediair vormen tussen het aanbod van
wetenschap en technologie en de vraag. Het platform zou
kunnen overwegen een discussie te starten over wat we in
de wetenschap nu eigenlijk onder kwaliteit moeten verstaan.
Laten we hopen dat deze discussie ertoe leidt dat de voor
innovatie zo belangrijke multidisciplinaire wetenschappen
hierdoor uit de rol van assepoester worden gehaald. En,
tot slot, zou het platform het door het Ministerie van OCW
in haar Wetenschapsbudget voorgestelde Science and Assessment
System kunnen gebruiken om te kijken waar de sterke en zwakke
punten van ons innovatiesysteem zitten en kunnen komen met
voorstellen voor Neue Kombinationen én Creative Destruction.
Onder leiding van onze premier Jan Peter Balkende zou het
toch mogelijk moeten zijn iets van deze suggesties te realiseren.
Tenslotte was hij secretaris/rapporteur van de naar mijn
mening beste innovatienota van een politieke partij (CDA)
die ooit geschreven is, de nota “Technologie in een verantwoorde
samenleving” (uit 1987!).
|
©
2004 prof.
dr. ir. R.E.H.M. Smits
|
|
The
contents of this page, including the views expressed above,
are the responsibility of the author. They do not represent
the views or policies of Nano Tsunami Dot Com, except where
explicitly stated.
|
|
| 
Ruud Smits
|

who
is reading
the wave ?
|
missed
some news ?
click on archive photo
|
or
how about joining us
|

or
contacting us ?
|
about
us
|
our
mission
|
|
| |
|